De Nieuwe Omgevingswet: afwegen in ruimte

Verslag studiemiddag VB Noord ‘De Nieuwe Omgevingswet’

Op vrijdag 3 november 2017 vond de studiemiddag ‘De Nieuwe Omgevingswet’ van VB Noord plaats in het Stadskantoor in Leeuwarden. Ruim 50 deelnemers waren hierbij aanwezig en zijn tijdens deze middag interactief met elkaar in gesprek gegaan over de Omgevingswet in de breedte.

De middag werd geleid door Co Verdaas, oud-staatssecretaris en adviseur bij Overmorgen. Hij leidde de middag in met een betoog waarin hij stelde dat de echte betekenis van de Omgevingswet zich richt op de vraag hoe er gestuurd moet worden op de juiste verhouding tussen overheid en burger zonder de tientallen wetten die nu van toepassing zijn op de leefomgeving. De Omgevingswet moet daarbij de oplossing zijn voor problemen die nu al spelen, maar die niet of nauwelijks door de huidige wetgeving opgelost kunnen worden. Er komen minder regels, waardoor er meer verwacht zal worden van kaderstelling door de raad, die daarvoor instrumenten krijgt als de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Hoewel de inwoners meer ruimte krijgen en er minder vastgelegd zal zijn, betekent dit niet dat er geen ruimte meer is voor de raad. De tip van Verdaas is om de ambities algemener te formuleren in het omgevingsplan en dan in het programma een aantal kaders vast te leggen. In het experimenteren zullen we een stukje onzekerheid moeten accepteren, wat kansen biedt voor maatwerk.

Na Co Verdaas kwam Albert Smit, PvdA-wethouder in Assen, op het podium naar voren. Zijn verhaal besloeg de bestuurlijke afwegingsruimte in Assen, waarbij hij een voorbeeld waarbij deze afwegingsruimte belangrijk was, prominent benoemde: de FlorijnAs in Assen. De toename van verkeer in en rondom Assen is aanleiding geweest voor dit project. De FlorijnAs loopt van noord naar zuid in de stad en is volgens de uitgangspunten van de Crisis- en Herstelwet (dus de Omgevingswet) ontwikkeld. Volgens Smit is het doel van de Omgevingswet de inzichtelijkheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht te vergroten. De vraag is alleen hoe groot deze moet worden. Bestuurlijke afwegingsruimte kan volgens Smit niet zomaar tot bestuursmaatstaf genomen worden. Wie worden betrokken bij de keuzes? Dat is een vraag die voor iedere opgave opnieuw beantwoord moet worden.

Fleur Gräper, D66-gedupteerde in de provincie Groningen, sprak in haar lezing ‘Gronings maatwerk’, over de grote opgaven en grote veranderingen waar de provincie voor staat. Gräper stelde dat de overheid in het omgevingsrecht integraal moet opereren, veel opgaven waar Groningen voor staat hebben raakvlakken met verschillende beleidsvelden. Daarbij zijn een verscheidenheid aan partners nodig om tot succesvolle oplossingen te komen. Over vijf jaar gaat de provincie Groningen terug naar 6 tot 8 gemeenten, de belangrijkste vraag voor het (lokale) openbaar bestuur zal dan zijn wat de kerntaak is van de gemeente en provincie. Ook Gräper kwam met een concreet voorbeeld uit de eigen regio: de Structuurvisie Eemsdelta. Het afwegingskader dat al bestond was te ingewikkeld om te gebruiken. Daarom werd voor een andere aanpak gekozen om tot besluiten te komen; niets doen was een negatieve en onwenselijke keuze. Gekozen werd voor een dynamisch proces, waarin de lokale overheid als vertaler zou fungeren van alle verschillende belangen. Alle betrokken partijen streefden naar maximale realisatie van belangen, maar wisten tegelijkertijd dat dit onrealiseerbaar zou zijn. Een 10 voor iedere betrokken stakeholder was onmogelijk, de provincie heeft in plaats daarvan gekeken naar wat er nodig zou zijn om tot een gezamenlijk ‘8’ te komen. Konden de betrokken stakeholders daar mee leven? Dat is en blijft een moeilijke vraag die veel aandacht behoeft, maar wat essentieel bleek te zijn, was de beschikking te hebben over accurate data. Daarin investeren lijkt een noodzakelijke voorwaarde voor het succesvol kunnen gebruiken van de afwegingsruimte.

Na Fleur Gräper nam Aart Jan Klijnjan (Kadaster) het woord over, die juist aan de kant van informatie actief is. Het Kadaster heeft berekend dat er maar liefst 60.000 bestemmingsplannen zijn. Al die informatie zal anders geordend moeten worden en ontsloten moeten worden om het inzicht te bieden dat inwoners en overheden nodig hebben. De aanpak die het Kadaster daarbij kiest is om te werken vanuit overleg door bronhouders en afnemers. Zo lukt het om de juiste data op de juiste manier toegankelijk te maken voor de afnemers.

Tenslotte sprak Margreet de Graaf, directeur Publieke Gezondheid van Veiligheidsregio Friesland. Zij focuste zich in haar verhaal vooral op de positie van de gezondheid in de Omgevingswet. Zij pleit ervoor ook dit perspectief mee te nemen in de afwegingen rond de omgevingswet, waarbij de veiligheidsregio allerlei data heeft die weer kan helpen bij het maken van integrale afwegingen. Door de afweging te verbreden kom je tot creatieve oplossingen ook op andere terreinen.

Het was een interessante en leerzame middag, waarbij we op twee knelpunten steeds weer terugkwamen:

– hoe betrek je de burger bij complexe afwegingen?

– hoe zorg je voor kwalitatief goede informatie als basis voor je afweging?